Aanpassen in veranderende tijden

Vandaag is de langste dag van het jaar. Wat te doen op deze dag in tijden van verandering? We dienen zelf onze beslissingen te blijven nemen. Eigen keuzen te maken. Vandaag hebben wij gekozen voor oliebollen en appelflappen! #klimaatverandering #milieucrisis #grondstoffencrisis #polarisatie #populisme #maritiem #conflictmanagement en niet te vergeten de alles overheersende #socialecrisis

Kamer van Koophandel: vermijd een dreigend conflict!

Dit is natuurlijk de eerste vraag: heb ik een kwestie aan de hand die de moeite waard is om mij druk over te maken? Is het antwoord JA, zet dan de volgende stap, maar vermijd escalatie. Een mediator kan je helpen om samen met jouw wederpartij tot een vruchtbare oplossing te komen.

Lees meer: https://www.kvk.nl/corona/vermijd-een-dreigend-conflict/

Maar kan ik mij niet simpelweg op het met de ander gesloten contract beroepen? Geldt dan niet contract = contract? Natuurlijk blijft een overeenkomst van belang. Het mag ook niet zo zijn dat één partij zich eenzijdig niets meer van het contract aantrekt. Maar juist in deze tijden komen kwesties aan de orde waaraan bij het opstellen van het contract niet is gedacht.

Wat is dan te verkiezen: meteen naar de rechter stappen of door middel van Mediation gezamenlijk naar een oplossing zoeken? En stel dat een partij direct naar de rechter of naar arbitrage stapt, maar tegen de tijd dat er vonnis is gewezen, is er op de wederpartij niets te verhalen? Gelijk krijgen en geld bij de wederpartij halen zijn twee verschillende zaken. In dringende omstandigheden is snelheid geboden. In tijden van financiële krapte is het van belang kosten laag te houden. Om na het verminderen van de beperkende maatregelen de draad weer op te pakken hebben we juist elkaar nodig. Wat pleit ervoor om niet eerst Mediation te proberen?

De hiervoor genoemde punten komen bij Mediation aan bod: snel, lage kosten, de kans dat onderling begrip ontstaat en de relatie kan blijven bestaan is groot; en als het is geprobeerd, maar het lukt niet om tot een oplossing te komen, dan is weinig tijd verloren, zijn geen hoge kosten gemaakt en blijft de weg naar de rechter of arbitrage open.

Een Mediator is opgeleid om een gesprek tussen partijen over de vraag wie de rekening van de crisis zal betalen goed te begeleiden; om zo de kans te grijpen om partijen gezamenlijk tot een oplossing te laten komen. Die begeleiding kan gemakkelijk worden onderschat. “Ach, we zijn volwassen mensen, dat kunnen we toch zelf wel bespreken” – hoor je vaak, maar dat leidt niet zelden tot escalatie waarbij een oplossing uit zicht geraakt.

Professioneel MfN Mediator

Onlangs heb ik mijn opleiding tot Professioneel MfN Mediator afgerond. De komende tijd ga ik de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk brengen. Binnen twee jaar kan ik examens doen en als ik die examens haal kan ik worden opgenomen in het MfN register van Mediators.

Mediation is in opkomst, het is een vorm van geschillenbeslechting die past bij de Nederlandse cultuur. Buurtbemiddeling is een vorm van probleemoplossing die met enige goede wil onder de noemer Mediaton kan worden gebracht. In familie- en arbeidsrecht wordt Mediation vaak toegepast. Maar ook in andere branches is mediation goed toepasbaar.

14 oktober 2019 vertellen Jan Plevier, Eveline Jacobs en ik op een lunch & learn sessie bij de VNAB (www.vnab.nl) aan vertegenwoordigers uit de verzekeringsbranche over conflictmanagement en de rol die Mediation daarin kan hebben.

Via www.unum.world blijf ik ook betrokken bij Mediation.

Maar vooral zie ik er naar uit mijn eigen Mediation praktijk te gaan opbouwen en ontwikkelen.

Komkommertijd?

Met Wikipedia bij de hand leer ik het volgende over de vraag hoe de term komkommertijd in zwang is gekomen: een mogelijke verklaring is dat komkommertijd een leenwoord is uit het Engels, waar kleermakers de term cucumber-time gebruikten. Dit woord is in 1700 voor het eerst opgetekend, in een Bargoens woordenboekje, met als betekenis “Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season”.

Komkommers worden in de zomer geoogst, de adel verliet in de zomer de stad, waardoor er voor de kleermakers niet veel te verdienen viel. Volgens enkele Engelse slangwoordenboeken schijnt cucumber-time aanvankelijk vooral te zijn gebruikt door Duitse kleermakers in Londen. Waarschijnlijk gaat het hier om een vertaling van het Duitse Sauregurkenzeit (‘augurkentijd’, augurken behoren tot dezelfde soort als de komkommers), dat sinds de achttiende eeuw bekend is. In elk geval is de term in Engeland in onbruik geraakt. 

In het Nederlandse taalgebied is komkommertijd voor het eerst opgetekend in 1787. Op 14 juli 1787 schrijft het Rotterdamse patriottenblad Het Saturdags Kroegpraetje, in een tweespraak tussen Piet en Kees: ,,Is er van de week ook wat nieuws van de groote Heeren uit den Haag?’’, vraagt Piet. ,,Neen’’, antwoordt Kees, ,,maar je mot denken, het is, regtevoort [momenteel], in de komkommertyd, en dan staat alles zoo wat stil.’’

Tegenwoordig gebruiken we term nog steeds om een periode aan te duiden waarin niet veel gebeurt, anders dan een voetbaltoernooi, een tenniswedstrijd of een wielerronde.

Beleven we deze zomer komkommertijd? De Brexit houdt pauze, het Europees parlement stemt toch in met de benoeming van Ursula von der Leyen als nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. In Oekraïne vestigt een nieuwe president zijn macht definitief met een grote overwinning van zijn partij in de parlementsverkiezingen. Presidenten over de gehele wereld doen zich gelden. In de Straat van Hormuz lopen de spanningen op, net als elders. De Nieuwe Zijderoute (het “Chinese Belt And Road Initiative”) wordt iedere dag verder ontplooid. De Noordelijke Zeeroute wordt meer en meer gebruikt en het aantal vraagstukken inzake winning van fossiele grondstoffen en veiligheidsaspecten in de Arctische regio neemt snel toe. Nederlandse reders luiden de noodklok, omdat vluchtelingen die uit zee worden gered in Zuid-Europa niet of nauwelijks meer aan land kunnen worden gebracht. De voorbereidingen voor de invoer van de nieuwe zwavelnormen voor scheepsbrandstoffen zijn in volle gang.

 

Neen, deze zomer zou ik geen komkommertijd willen noemen. Juist op maritiem gebied gebeurt er veel of juist (te) weinig, zoals de Nederlandse reders ervaren. Maar een stille tijd is het niet. Onderwerpen genoeg om over te blijven schrijven. En dat zal ik dan ook doen.

Nederland doet mee aan de 36e America’s Cup – 2021!

“Nederland doet mee aan de 36e America’s Cup”. Met deze prikkelende stelling begon één van Nederlands bekendste zeilers, Simeon Tienpont, 27 juni 2019 zijn voordracht bij de Nautische Tafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club in Amsterdam over de America’s Cup en zijn ambitie om met een Nederlandse boot aan de volgende editie van dit grootse sportevenement deel te nemen.

Nederland is al eeuwenlang geducht en geroemd als zeilnatie. In 2020 en 2021 wil Simeon die reputatie waarmaken op het wereldtoneel tijdens de prestigieuze America’s Cup zeilwedstrijd.


Simeon maakt zich – na zijn meest recente prestatie als schipper van Team AkzoNobel tijdens de Volvo Ocean Race – sterk voor één van de meest prestigieuze en oudste sportevenementen ter wereld. Gepassioneerd spreekt hij over de ‘Formule 1 van de zeilsport’ en alles wat erbij komt kijken om deelname te kunnen realiseren. Ondanks het feit dat Prins Hendrik (de Zeevaarder) als eerste van Queen Victoria in 1850 de uitnodiging kreeg, is het Nederland als maritieme natie in 168 jaar nog nooit gelukt om deel te nemen aan de wedstrijd. Hoe kan het dat uitgerekend Nederland dit is overkomen? Tijdens de lezing lichtte Simeon toe waarom het nú ons moment is.

De America’s cup of the “Auld Mug” is een zeilwedstrijd of regatta, die voor het eerst in 1851 werd gehouden. Daarmee wordt het door velen beschouwd als het oudste internationale sportevenement. Het is in ieder geval de oudste trofee waar nog om wordt gestreden. De eerste race werd georganiseerd door The Royal Yacht Squadron. De America’s Cup is genoemd naar de eerste winnaar van de race, het jacht “America” van The New York Yacht Club, dus niet naar de Verenigde Staten van Amerika.

De Britse Queen Victoria reikte de eerste maal de prijs uit. Zij sprak daarbij de woorden dat er maar één winnaar van de America’s Cup is, en die fameuze woorden zijn nog steeds glashard van toepassing. De nummer twee telt niet mee.

Simeon Tienpont, de zeer energieke schipper en ondernemer, vertelt gepassioneerd over zijn ambitie om met een Nederlandse boot en een Nederlands team aan de America’s Cup wedstrijden deel te nemen in 2021.

Hij wijst op het grote belang een breed samengesteld team te inspireren om het uiterste te doen om de snelste en meest innovatieve boot in het water te brengen, met een bemanning die met geavanceerde hulpmiddelen de ultieme prestatie levert: het winnen van de America’s Cup in 2021.

Simeon ziet een breed Nederlands team voor zich, waarin de zeilsport, overheid, industrie en wetenschap samenwerken om tot grote prestaties te komen, niet alleen in die ene zo prestigieuze wedstrijd maar ook in de toepassing van de innovaties die de toekomst van Nederland en Europa kunnen verbeteren en verduurzamen. Het is bijna niet mogelijk het verhaal van Simeon kort samen te vatten, maar om een voorbeeld te noemen: traumachirurgen in Erasmus MC zijn graag deel van het team omdat zij met verkregen inzichten en innovaties verwachten het nemen van beslissingen voor of tijdens spoedoperaties te kunnen verbeteren. En zo zien overheden mogelijkheden, kan de transportsector zijn voordeel doen met ervaringen die met de draagvleugels worden opgedaan, maakt de wetenschap gebruik van vele data die tijdens de trainingen en races worden verzameld, en zijn er nog vele voorbeelden te geven. 

Om een basis te leggen voor deelname aan de America’s Cup en tegelijk voor een permanent fundament voor de zeilsport, inclusief volgende edities van de Volvo Ocean Race, Olympische Spelen en de sport in brede zin, en innovaties die er uit voorkomen toepasbaar te maken, is een stichting opgericht: https://www.dutchsail.com/ . Graag verwijs ik naar die website voor meer informatie, waaruit een breder belang voor Nederland en Europa, juist ook voor de gehele maritieme sector, duidelijk naar voren komt.

Ook deze website is natuurlijk interessant: www.americascup.com .

Juist het brede belang, de kansen om te innoveren en als maatschappij ons voordeel te doen met verworven inzichten en toepasbare vernieuwende technieken in deze tijden van grote veranderingen en noodzakelijke aanpassingen van onze levensstijl, spreken mij aan.

Ik verbaas me echter over de moeite die Simeon en de stichting Dutch Sail hebben om voldoende fondsen te werven om met EUR 60 miljoen aan budget niet alleen de America’s Cup te winnen, maar ook innovaties een enorme stimulans te geven. Ik ben Pleitbezorger van brede steun, ook financieel, voor Dutch Sail. We zullen er allemaal baat bij hebben.

Rules on the Efficient Conduct of Proceedings in International Arbitration (Prague Rules)

Waarom is arbitrage in Nederland te verkiezen boven arbitrage in andere landen?

Daar zijn meerdere antwoorden op te geven. Zeker is, dat de Nederlandse arbitragewet en het Nederlandse rechtssysteem bijdragen aan een goede voedingsbodem voor het voeren van arbitrageprocedures op een efficiënte manier. Nederlandse arbitrage-instituten bieden moderne arbitragereglementen en het Nederlandse “polderklimaat” is gericht op het vinden van oplossingen, het beslechten van geschillen. Bovendien worden kosten van arbitrages in Nederland in het algemeen behoorlijk binnen de perken gehouden. Nederland is bij uitstek geschikt om internationale arbitrages te voeren.

Dat zijn wellicht redenen waarom Rules on the Efficient Conduct of Proceedings in International Arbitration (Prague Rules) in Nederland niet bijzonder veel aandacht krijgen. Arbitrages in Nederland worden in de meeste gevallen al op efficiënte wijze gevoerd, al hangt dat ook af van de posities die partijen innemen.

Inmiddels vindt iedere week wel ergens op de wereld een congres of seminar plaats met als onderwerp deze Prague Rules. Zou dat bijdragen aan grotere efficiëntie in het voeren van internationale arbitrageprocedures? Zouden juristen en arbiters die zijn opgevoed met het Common Law systeem zich hier iets aan gelegen laten liggen? De toekomst zal het leren.

Vier jaar lang is gedelibereerd over de regels die efficiëntie in internationale arbitrage zouden moeten bevorderen, voordat de Prague Rules vorig jaar in Praag werden gepresenteerd.

De werkgroep die het document opstelde begon nog voor de pre-ambule met de volgende opmerking:

It has become almost commonplace these days for users of arbitration to be dissatisfied with the time and costs involved in arbitral proceedings.

Deze ontevredenheid komt echter vooral voor in landen waar de praktijk van Common Law wordt gebezigd.

Verloopt arbitrage in Nederland dan altijd efficiënt en snel, en vallen de kosten nimmer tegen? Neen, ook in Nederland dient een partij wel eens een tegenvaller te incasseren of zijn arbiters langer bezig met het schrijven van een vonnis dan wenselijk is. Maar de praktijk die in Prague Rules zo wordt aanbevolen vindt in Nederland al vaak toepassing.

 

Meer weten?

www.unum.world

www.praguerules.com

Heldinnen

Internationale Vrouwendag, 8 maart, wordt in vele landen gevierd. In Rusland bijvoorbeeld, is 8 maart een nationale feestdag. De betekenis er van is onder meer af te lezen aan de enorme piek in afzet van de Nederlandse bloemensector in Rusland in de weken voor 8 maart.

In Nederland is er in het algemeen minder aandacht voor Internationale Vrouwendag, maar graag besteed ik er vandaag enige regels aan.

Dit jaar is het thema van Internationale Vrouwendag: “Heldinnen”. Reden om eens aan de voorzitter van de Nederlandse afdeling van Women’s International Shipping & Trading Association (WISTA) te vragen wie zij als heldinnen van de maritieme sector in Nederland zou noemen.

Sylvia Boer

Eerst over WISTA. Dit is een internationale netwerk-organisatie van vrouwen die op managementniveau actief zijn in de maritieme sector. Wista heeft meer dan 4.000 leden in 46 landen, waarvan ongeveer 150 in Nederland. Op mijn vraag hoe zij WISTA anno 2019 graag onder de aandacht zou willen brengen, antwoordt Sylvia Boer, president WISTA the Netherlands: “WISTA is in de eerste plaats een wereldwijde, zakelijke netwerkorganisatie die beoogt bij te dragen aan de mogelijkheden van onze leden zich verder te ontwikkelen op professioneel vlak en een platform te bieden om elkaar te ontmoeten. We zijn er van overtuigd dat een mix van mannen en vrouwen in het bedrijfsleven mooie resultaten op kan leveren. Zonder wrijving geen glans…. “.

Sylvia voegt daar nog aan toe, dat WISTA vorig jaar van de IMO de Consultative Status heeft gekregen. De stem van vrouwen in de maritieme sector wordt dus zeker gehoord!

In antwoord op de vraag naar Heldinnen in de Nederlandse maritieme sector zegt Sylvia dat zij het moeilijk vindt daarin keuzen te maken. Er zijn er velen. Maar als na enige aandrang toch wat namen worden genoemd, zijn dat Karin Orsel, Thecla Bodewes, Mai Elmar, Neelie Kroes en Tineke Netenbos.

Echter, vandaag, Internationale Vrouwendag, verdienen alle vrouwen aandacht. In de maritieme sector en buiten deze sector. Heldinnen, ook al worden zij niet allemaal iedere dag zo genoemd.

Groei van de havens van Antwerpen en Rotterdam

In het eerste nummer van 2019 schreef Het Financieel Dagblad dat de Antwerpse haven sterker groeit dan die van Rotterdam (FD, 2 januari 2019, pagina 13). Niet alleen wat betreft de containeroverslag, ook op andere terreinen zoals overslag van natte en droge bulk groeit Antwerpen harder dan Rotterdam.

Daarbij is wel vermeld dat beide havens kampen met mobiliteitsproblemen. Problemen op de weg rond Antwerpen zijn nog groter dan die rond Rotterdam. Het streven is de verbindingen met het achterland via rivieren, kanalen en het spoor te verbeteren.

Rotterdam heeft met onder meer de Tweede Maasvlakte nog het voordeel dat de capaciteit wat gemakkelijker kan worden uitgebreid dan in Antwerpen.

Journalist Pieter Lalkens schrijft dat voorman Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam weliswaar benadrukt dat verduurzaming van de haven belangrijker is dan de groei, maar dat de achterblijvende groei van Rotterdam ten opzichte van concurrent Antwerpen toch pijn doet.

Over duurzaamheid schrijft Havenbedrijf Rotterdam op de eigen website het volgende:

We maken ons sterk voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke haven en omgeving. We willen klimaatverandering tegengaan en er tegelijkertijd voor zorgen dat het havengebied een grote bijdrage blijft leveren aan de Nederlandse welvaart en werkgelegenheid. Onze eigen organisatie dagen we uit. En we nodigen stakeholders in en om de haven uit samen te werken aan de uitdagingen die we tegenkomen bij ontwikkelingen in de haven. Samen economische en maatschappelijke waarde creëren en duurzame groei realiseren”.

Er wordt in de Rotterdamse haven energie opgewekt met windmolens. Er zijn drijvende zonnepalen voor de opwekking van energie. En er zijn meer voorbeelden van inspanningen om bij te dragen aan duurzaamheid en energietransitie.

In andere Europese zeehavens, waaronder Antwerpen, worden ook initiatieven ontplooid om duurzaamheid te verbeteren en energietransitie inhoud te geven.

Het nieuws is echter vooralsnog dat het gaat om de groei en de economische strijd tussen de grote havens. De omslag maken naar werkelijke duurzaamheid en het realiseren van een effectieve energietransitie zijn ook geen geringe opgaven. Pleitbezorgers voor het realiseren van nieuwe doelen met behoud van de bijdrage aan de welvaart die de havens leveren zullen de komende jaren nog meer van zich (moeten) laten horen.

Verlies van containers van zeeschepen

De afgelopen 25 jaar ben ik regelmatig betrokken geweest bij het behandelen van zaken die het verlies van containers vanaf zeeschepen betroffen. Soms ging het om slechts enkele containers, een andere keer om een groter aantal. Menigmaal werden gevaarlijke stoffen uit de containers verloren. Zakjes pesticiden, dozen met toners voor printers, tonnen met chemicaliën en andere zaken spoelden aan. Maar vaak spoelden zaken die geen direct gevaar voor mens, dier of milieu veroorzaakten aan op stranden langs de Nederlandse west- of noordkust of op de Waddeneilanden. In alle gevallen was opruiming natuurlijk noodzakelijk. Verloren lading hoort niet in het milieu achter te blijven. Het opruimen van containers en goederen dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te gebeuren.

In de meeste gevallen duurde het even voordat volledige en betrouwbare informatie op tafel kwam. Vaak werden gegevens aangepast na ontvangst van nadere informatie van bijvoorbeeld ladingbelanghebbenden. Wat ik hiervan heb geleerd is dat wat als juiste informatie wordt bestempeld in de periode kort nadat het schip de containers heeft verloren, later moet worden aangevuld of gecorrigeerd. En veel informatie ontbreekt eerst nog.

Ook aantallen containers worden niet altijd juist genoemd. Over de oorzaak van zulk een incident doen vaak al snel geruchten de ronde. Kortom, veel van wat gezegd en geschreven wordt over aard en omvang van het voorval dient met enig wantrouwen te worden beoordeeld.

Vandaag, 2 januari 2019, spoelen containers en goederen aan op verschillende Nederlandse Waddeneilanden. Naar verluidt zijn deze containers afkomstig van containerschip “MSC Zoë”, dat ten noorden van Nederland voer.

In eerste instantie werd het verlies van enkele tientallen containers van dit 395 meter lange schip gemeld. Met enkele tussenstappen staat de teller in de middag van 2 januari 2019 op 270 verloren containers, waarvan drie met gemelde potentieel gevaarlijke lading. Het juiste aantal zal nog wel bekend worden, verwacht ik.

Ik meen dat over de inhoud van de (270?) verloren containers nog niet het laatste woord is gezegd of beter: KAN worden gezegd. Hoeveel ladingbelanghebbenden zijn betrokken? Welke vervoerders zijn betrokken? Immers, het schip had ongetwijfeld containers van meerdere vervoerders aan boord. Hoeveel ladingdocumenten zijn nu bij de Duitse en Nederlandse overheden, bij de experts van vervoerders, reder en bevrachter(s) bekend?

Op dit moment, de dag dat het incident plaatsvond, zijn er meer vragen dan antwoorden. Ik pleit dan ook voor grote terughoudendheid wat betreft stellige berichtgeving of stellingname over deze kwestie. Laten eerst experts en deskundigen zaken op een rij zetten. Daar zullen zij nog wel even zoet mee zijn. En voorlopig maar even uitgaan van meer dan drie containers met goederen die niet helemaal ongevaarlijk zijn voor mens. dier en milieu.

Havengildediner 2018

Vrijdag 30 november 2018 werd het jaarlijkse Havengildediner gehouden in Amsterdam. Ruim 500 personen kwamen bijeen tijdens een diner dat in Het Financieel Dagblad werd aangekondigd met een menu van strijdpunten op een bedje van tegenstellingen.

Werd de soep zo heet gegeten als die werd opgediend?

Belangrijke onderwerpen als de bouw van de nieuwe zeesluis bij IJmuiden, het gebruik van de passagiersterminal en de behandeling van passagiers die via deze terminal de stad bereiken door het stadsbestuur, kritiek van rederijen op de stad en de plannen voor de bouw van een brug over het IJ passeerden de revue. De minister, wethouders, gedeputeerden en vertegenwoordigers van haven en bedrijfsleven spraken elkaar aan de hoofdtafel. Zouden aan die tafel de verschillen zijn overbrugd?

Wat de verschillende sprekers de zaal meegaven is dat de standpunten ferm zijn, maar dat het gesprek weer op gang moet komen. De voorzitter van Amports wees op gouden kansen voor de regio, de minister gaf haven en nautische veiligheid voorrang en de wethouder sprak over ruimte voor zowel wonen als werken.

Hoe het ook moge zijn, belangen van stad en haven kunnen botsen maar in de regio Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied moet het mogelijk zijn voor iedere belanghebbende aanvaardbare afspraken te maken over het gebruik van ruimte, over mobiliteit en het verbinden van de IJ-oevers zonder de haven, -die in omvang en toegevoegde waarde in de top van lijstjes van Europese havens staat-, af te snijden van zijn achterland.

Haven Amsterdam en bedrijven in het Noordzeekanaalgebied zullen bewoners en bestuurders in de regio moeten laten zien wat ze te bieden hebben aan activiteiten, werkgelegenheid, innovatie en duurzame ontwikkeling. De stad en in het bijzonder het stadsbestuur zal oog moeten krijgen voor de grote betekenis van de haven en de havenbedrijven. Ik pleit voor een verbeterde dialoog met focus op zowel resultaten als relaties. Dan kunnen hardnekkige problemen duurzaam worden opgelost.